Bemoeizuchtige buurtvrouw

Ik heb soms een beetje, een héél klein beetje, moeite met het beheersen van ‘bemoeien’. Lelijk woord is dat eigenlijk, want dat bemoeien doe ik echt niet om het bemoeien, maar omdat ik mensen gewoon graag help en ook alles per ongeluk zie en hoor.
image

Ik heb bijvoorbeeld, om maar direct bij een belangrijke te beginnen, een paar maanden geleden het kind van twee blokken verderop van de weg geplukt. Zo gaat dat: het joch van anderhalf jaar was ontsnapt, ik zag hem lopen. Toen vloog ik op mijn kousenvoetjes naar buiten zodat het ventje geen vloerkleedje zou worden.

Twee maanden geleden zag ik dat het autoraampje van de overbuurman nog open stond. Ik bedacht scenario’s over een onrechtmatige eigenaar, die trots door Nederland crosste in de auto van mijn overbuurman. Of een regenbui, die precies boven de auto los zou barsten, en de bekleding zou doorweken. Dus ik, dit keer op mijn slippers, naar de overkant. De bel deed het niet, ik klepperen met de brievenbus, op het raam kloppen, bonken. Niemand deed open. De hond, aangeschaft na een inbraak, keek me wat sullig aan door het bobbelglas van de voordeur. De waker.

Inmiddels was ik een vrouw met een missie, en probeerde langs de achterkant aandacht te krijgen. Nadat ik de poort uit zijn voegen had getrokken, heb ik het maar opgegeven. Nogmaals sorry voor de saloonpoort buurman, hij kan nu gewoon naar 2 kanten zwiepen in plaats van alleen naar buiten.

Weer binnen ging ik verder. Ik probeerde om via hun oude buurjongen een telefoonnummer te bemachtigen. Nummer gescoord, maar niet in gebruik. Toen via Facebook een reeks toffe berichtjes gestuurd. Geen gehoor. Inmiddels had in mijn hoofd de onrechtmatige eigenaar de grens bij Polen al bereikt, en was de regenbui een tornado geworden. Mijn familie op de familie-app zei dat ik het maar moest laten gaan, maar mijn bemoeizucht had de overhand.

Ik bedacht namelijk dat er een zoon moest zijn. En via de Facebook van de oud buurjongen vond ik hem. Ik Messengerde de zoon, die zou bellen, en binnen no time kwam de overbuurman het raampje dicht doen, terwijl ik vanaf de overkant gluurde. Ik was zoooo blij! De auto is nooit in Polen aangekomen. Missietijd: 90 minuten.

Toen de fietsendrager. Dat was 2 weken geleden. Ik loop op mijn hakjes (zie je de upgrade qua schoeisel?) en witte shirt richting auto, ligt er ineens een fietsendrager op de stoep. Hij zag er mooi uit, en er was niemand te zien. Ik dacht: ‘Dá’s raar!’ en toen: ‘Domme overbuurman, die is nu gewoon zijn fietsendrager vergeten!’ Zo krijg je dus een naam hè, als je 1x vergeet je raampje dicht te doen.

Dus ik zeulde met mijn goede hart die fietsendrager van zijn plek en ik wankelde richting mijn voortuin. Met gestrekte armen vanwege mijn witte shirt, dat was best zwaar. Daarna kon ik met een gerust hart richting werk. Ongeveer een uur later kreeg ik echter een ongerust hart en een onrustig hoofd. Want stél je nou voor dat iemand dat ding daar eventjes neer had gelegd. Dat diegene een daagje wilde gaan fietsen op de Veluwe en ik die dag verpest had. Dat ze nu geen bosbessenjam konden maken van de geplukte Veluwse besjes. Via de familie-app probeerde ik nog iemand te charteren om het ding z.s.m. terug te leggen, maar helaas, iedereen was ‘druk’. De overbuurman, die ik fijntjes via Facebook had gevraagd of het zijn drager was, zei net zo fijntjes dat die van hem in de schuur lag. Shit!

’s Middags was het eerste wat ik deed de drager terug leggen. Hij heeft er nog drie dagen gelegen, en toen was hij weg. Ik was blij voor de mensen van het niet mislukte dagje uit en de bosbessenjam.

Afgelopen zondag stond tijdens een regenbui, je gelooft het niet, wéér het autoraampje open van de overbuurman. De bel deed het niet, ik klepperen met de brievenbus, op het raam kloppen, bonken. Niemand deed open en de hond keek weer sullig. Ik via Facebook een berichtje gestuurd: geen reactie. Toen heb ik de zoon maar weer een bericht gestuurd, ik wist inmiddels de kortste weg. Dat werkte: geen natte billen voor de overbuurman! Missietijd: 10 minuten. Ik maak vorderingen op dit gebied.

Nu het belangrijkste: ik heb een dilemma op dit moment: bemoeien of niet? Hier schuin voor de deur staat al een week of 5 een auto, op ‘mijn’ plekje. Die auto is van niemand. Ik heb de auto nog nooit gezien, en zoals je leest: ik houd de buurt nauwlettend in de gaten. Het is een mooie grijs met knalroze BMW Mini, van een bedrijf. Hij schreeuwt vanaf het dak ‘HELLO’, dat staat er met grote letters op en is dan wel weer sociaal. Wat navraag mocht niet baten: niemand weet van wie dat ding is.

Mijn moeder zei, na goede afloop van de fietsendrager: ‘Misschien moet je je niet zo met alles willen bemoeien.’ Moeders zijn wijs. Ik houd me nu in en voor deze issue blijf ik gewoon met beide voetjes op de grond. Ik ga niet mailen naar dat bedrijf of ze misschien een auto missen. Ik wacht rustig nog vier weken af en dan schakel ik anoniem Peter Stam, onze plaatselijke journalist, in. Die weet alles, en dan heb ik het alleen maar indirect gedaan. Top idee.

Ik ga me nu weer met mijn dagelijks leven bemoeien, dat lijkt me het beste.

*checkt de raampjes van de overbuurman*

♡Jells

Blijven lachen om MyJells? Like http://www.facebook.com/myjells gewoon even!

Advertenties

Apothekersouderdom

Ik kreeg pas een privé berichtje waar in stond: ‘Ik ben zojuist vijf jaar ouder geworden in de apotheek! Kun je daar geen blog over schrijven?!’ Aangezien ik in de afgelopen week ook zo’n 10 jaar ouder ben geworden na twee bezoekjes aan onze plaatselijke apotheek, zeg ik: ja, dat kan ik!

Het maakt bij de apotheek werkelijk geen bal uit of er twee of zes mensen voor je staan: lang wachten moet je altijd. Ik trap er toch iedere keer weer in, en ben dan blij als ik maar twee voorgangers zie. Maar in alle gevallen is het zo snel mogelijk wegwerken van de klanten er niet bij. Er zitten altijd vijf medewerkers naar een computerschermpje te staren óf ze zijn bezig de apothekerskasten open en dicht te doen. Maar daar zal misschien een reden voor zijn, net als de standaard vertraging bij de dokter. Tip: trek drie uur van de dag uit voor een doktersbezoek plus apotheek.

Vorige week moest ik naar de apotheek. Ik gebruik vanwege wat oneffenheden op mijn gezicht een speciale dagcrème met een kleurtje, gemaakt voor pikpokgezichten als ik. Nu was ik echter op vakantie geweest en had ik door een hoop zonneschijn een donkerder tintje nodig. Alles heeft twee kanten in het leven. Kant één: ik zie mooi bruin, kant twee: ik moest naar de apotheek.

De meneer voor me werd geholpen door een mevrouw die hard schetterde. Dat vond ik geen goede eigenschap voor een medewerker van de apotheek waar iedereen met de meest gênante kwaaltjes aan de balie staat.  ‘MENEER, WEET U HOE VAAK U MOET SMEREN OM DIE SCHIMMEL ONDER UW OKSEL VANDAAN TE KRIJGEN OF MOET IK HET EVEN UITLEGGEN?’ Maar misschien zit zij doorgaans dus achter één van de vijf computerschermen of in de apothekerskast. Bewust. Het was tenslotte vakantietijd, dan gaan dingen anders.
image
Ik had mijn dagcrème inmiddels gevonden en zag er een sticker met ‘25% korting’ op zitten. Dat is leuk hè, maar het had vast een reden. Terwijl ik me nog stond te verkneukelen om de 25% korting, schrok ik van het luide ‘KAN IK U HELPEN?’ in mijn rechteroor. Ik was aan de beurt en had bijna de neiging om te zeggen: ‘Natuurlijk, anders sta ik hier toch niet’. Voor mij behoort die vraag in de categorie ‘domme vragen in een winkel’.

Ik vroeg dus waarom ik de korting kreeg en of het betekende dat mijn lievelingsproduct uit het assortiment ging. Ze schreeuwde: ‘IK HEB GEEEEEN IDEEEEE.’ Een meneer die na mij was binnen gekomen keek me wat meewarig aan, alsof ik had gevraagd of ze ook Chlamydia in een potje verkochten. Ik was een beetje beduusd. Na de ‘ideeeee’ kwam namelijk een hele duidelijke punt. Geen verdere informatie, niks. PUNT. Aan een collega vragen kan natuurlijk niet, die zat in de kast. Nu weet ik het nog steeds niet.

Daarna tetterde ze: ‘MAG IK JE ADRES NOTEREN VOOR DE FACTUUR?’ Ik zei: ‘Kan ik niet gewoon pinnen?’ Nee, want het systeem lag er uit dus ze kon niet in de computer en dan had ze geen prijs. Ik probeerde nog te zeggen dat de prijzen ook op het schap stonden, maar ik dacht laaaat maar, ik krijg een factuur. Verwacht ik. Want ze wist tot haar eigen luide hilariteit niet hoe ze mijn straatnaam moest schrijven. Neptunus is namelijk een planeet die nog niet zo lang is ontdekt (dit was in het jaar 1612 door Galileo Galilei, red.). Oh, en het aller domste: onze apotheek heet de ‘Planetenapotheek’. Dát vind ik pas hilarisch.

Afgelopen donderdag moest ik weer naar de apotheek, al scheldend op mezelf omdat ik niet had gezien dat mijn reinigingslotion óók bijna op was. Die had ik net zo goed bij die schreeuwende mevrouw kunnen kopen, dat had me 5 jaar van mijn leven gescheeld. Ik moet zeggen, een alleraardigst meisje hielp me én ik was als tweede aan de beurt binnen een minuut of drie.

Maar wat deed ik, met mijn stomme kop? Ik sprak de woorden: ‘Zeg, er staat nog een rekening open, kan ik die niet gelijk betalen?’ Dat kon. Ongeveer 10 minuten later. Want, ze moest met hulp van een collega een speciale code intypen. Let op, ik heb hem onthouden: ‘Je typt de geboortedatum in, dan klik je hier, doet F5, dan Enter, ja, zo ja, dan doe je F4, F2, oh nee, eerst F2 en dan F4 sorry, en nu Enter, Enter, dan klik je dáárop, ja, en nu F5, kijk daar is de rekening, en dan F3 om af te drukken.’ Dus dat. En daarna moest ik beide rekeningen apart pinnen, want in één keer pinnen kon niet.

Ik had spijt. Spijt als de inmiddels grijze haren op mijn hoofd…

Vlieg op!

Toen ik vorige week thuiskwam (inmiddels 12 dagen geleden) werd ik in mijn keuken verwelkomd door zo’n 150 nieuwe vriendjes. Ik ben dol op vriendjes, maar dit soort was me wat te onrustig. Ze waren van het soort ‘fruitvlieg’. Na een dagje gekrioel vond ik het welletjes en vermeldde ik op de familie-app: ‘Help! Wat doe ik tegen fruitvliegjes?!’ De tip was: een bekertje met wat zoets of azijn neerzetten, met daarop folie met kleine gaatjes.

Ik heb heel rigoureus direct drie bekertjes op het aanrecht neergezet. Ik heb er werkelijk een vliegenfeestje van gemaakt: onverdunde limonade, een scheutje Malibu en als kersje op de taart een stuk perzik. Maar helaas, die little bastards gingen overal op en in zitten, maar NIET in de bekertjes, zelfs niet zónder de folie. Ik baalde er van, vooral van die drie scheutjes Malibu, want dat rook zo lekker en dat had ik dan toch weer liever door mijn cola gehad. Ik heb getwijfeld of ik, na drie dagen tevergeefs lokken, de drie bekertje gewoon niet leeg zou drinken. Maar omdat de perzik al in ontbindende staat was, heb ik het toch maar niet gedaan.

Sinds een week staat mijn stofzuiger dus chronisch in de keuken. Iedere paar uur jaag ik als een dolle mina achter die minivliegjes aan. En ja, ik sta gewoon voor aap: met die stofzuigerstang in de lucht door de keuken. Maar het heeft effect, het zijn er nu nog maar 100 na bijna twee weken! Hoe snel vermenigvuldigen die beesten zich eigenlijk? Ik ga me eens verdiepen in het fruitvliegje.
image
Daarnaast heb ik ook grote vliegen, van die dikke vieze zoemende vliegen. Ik begrijp niet dat ze mijn woonkamer verkiezen boven de warme wijde wereld. Ze maken me woest, want ze gaan overal al zoemend opzitten, en het liefst met die kriebelpootjes op mij. Ik heb zojuist een hele zin getypt terwijl er eentje op mijn voorhoofd had geparkeerd. Het gekke was dat hij een beetje kriebelde, en dat ik het tot aan mijn oren voelde. Daar moest ik zo over nadenken, dat ik even stil ben blijven zitten en hem heb laten kriebelen. Ik denk dus nu dat je voorhoofd in directe verbinding staat met je oren. Of ik zit raar ik elkaar, dat kan ook.

Ik heb ook een vlieg op mijn beeldscherm, en ik heb geprobeerd hem weg te jagen met het aanwijspijltje van mijn muis. En hoewel hij bij een beweging van mijn hand direct weg is, vertrok hij geen spiertje toen ik hem indirect aanviel met het muispijltje. Dat is stoer.

Gisterenavond heb ik op grote vliegen gestofzuigjaagd in de woonkamer. Dat was een grotere uitdaging dan de slome fruitvliegjes, want grote vliegen zijn vliegensvlug, en ik dus niet zo heel erg. Vooral doordat er aan mijn stang maar 1,5 meter slang zat en dan een zware stofzuiger waar ik een aantal tenen tegen gestoten heb. Ik keek namelijk tijdens heel de jacht omhoog. Maar ik heb er toch wel 15 opgezogen denk ik, en toen was ik duizelig van het omhoog kijken.

Ik vind die dikke vliegen een beetje eng als ze ‘het’ met elkaar doen. Want dat doen ze gewoon ongegeneerd hè, midden op mijn tafel. Dan gaan ze keihard zoemen, en zie je niet meer welke vleugel of poot bij welke vlieg hoort. Ik wilde het op de foto zetten, maar het was een vluggertje en ik was dus te laat. Ik heb er met studie naar gekeken, maar eigenlijk had ik ze uit elkaar moeten trekken, want straks heb ik ook nog een nest met vliegenkindertjes.

Oh, ik zie nu een wesp, die ga ik even uit mijn huis zetten. Voor kerst vraag ik een hor. Dat lijkt me het allerbeste plan. Voorkomen is beter dan uitroeien…

Met Freek in het wild

Het was even stil in blogland. Dat kwam omdat ik op vakantie was, en vakantie is vakantie! Ik was samen met Freek op vakantie, weliswaar niet dé Freek Vonk, maar mijn eigen Freek 2.0.

Vóór de vakantie heb ik nog nooit zoveel Freeks voorbij zien komen, mijn leven draait al maandenlang om Freek. Mede dankzij de Freekplaatjes die je bij de plaatselijke supermarkt kon sparen. 160 Stuks, ik was zo blij dat het boek vol was. Mama met een missie werd het. De plaatjes die over waren, hebben we gisteren tijdens een regenbui op twee grote vellen geplakt. Dus nu heb ik twee posters met nóg meer Freek, die ik gedoneerd heb gekregen van Owen. Ik hang ze boven mijn bed.

Van Sinterklaas kreeg hij een dubbel-dvd van Freek: ‘Freek op safari’ en ‘Freek in het wild’. Toen ik op een gegeven moment ‘Freek in het nieuws’ (dat is een laatste versie) zag, zei ik: ‘Kijk Owen, daar is Freek.’ Hij keek eens goed en zei: ‘Oh, bestaat Freek dan in het écht?’ Aangezien hij net had gehoord dat Sinterklaas niet bestaat en Zwarte Pieten eigenlijk gewoon wit zijn, was het heel logisch dat hij dacht dat Freek nep was. Ik kan je zeggen: Freek is heul echt!
image

Freek was dus ook erg aanwezig tijdens mijn vakantie. Net zoals veel huisvrouwen vast en zeker van Freek fantaseren, gaat Owen ook van Freek fantaseren. We hebben regelmatig een blauw gestreepte skink voorbij zien sluipen, hij heeft 5 bloedzuigers in het huisje ontdekt en er zwommen in onze vijver heuse anjoemara’s. Voor slangen was hij overigens heel bang, die voorliefde heeft hij dan weer niet van Freek geërfd. Toen we één keer als een echte Freekfamilie illegaal langs een maïsveld slopen, en ik allerlei oer geluiden en gesis produceerde om het nóg echter te laten lijken, was hij doodsbenauwd en wilde hij zo snel mogelijk terug.

Freek 2.0 ontwikkelt ook een eigen taal dankzij Freek 1.0. Zo is alles tegenwoordig ‘hándig!’ en ‘gáááf!’ en roept hij als hij vertrekt luidkeels ‘laterrrr!’ Het mooist zijn alle uitspraken die regelrecht gekopieerd zijn van de dvd. De grote karper die hij in de vijver zag (die was wél echt) stond hij vol ontzag te bekijken: ‘Oooooooh mán! Dit is echt een kínderdroom die uítkomt!’ Dat resulteerde in een snuifje van de buurman. Toen ik vroeg waar dát nou weer vandaan kwam, zei hij, en ik had het moeten weten: ‘Ja, dat zegt Freek toch ook bij de witte haaien.’ Ik zag ook bijna geen verschil tussen de karper en een witte haai, dat is natuurlijk ook zo. Verder leeft hij vast in hondenjaren en is hij eigenlijk 42 jaar oud in plaats van 6.

Tip van de kleine bioloog (doe er je voordeel mee) was ook om mijn oksels goed droog houden, anders had ik vast en zeker okselrot tijdens de vakantie. Of Freek 1.0 de okselrot verzonnen heeft weet ik niet. Ik durfde het niet te googelen omdat ik bang was voor de eventuele afzichtelijke okselfoto’s. Ik ben nu weer in de verleiding, maar ik moet nog eten dus ik doe het toch maar niet.

Maar eerlijk is eerlijk, ik heb Freek ook wel een beetje misbruikt. Want zonder Freek zou Owen nooit de zee ingegaan zijn terwijl hij wist dat er zee-egels rondstuiterden. En zonder Freek zou die mini-heremietkreeft, die een dag zijn huisdier was, nu mooi dood zijn. Het beest moest namelijk mee naar huis, levenloos welteverstaan. Hij wilde ook zijn huisje slopen, want hij wilde weten hoe zijn nieuwe vriend er naakt uit zag. Maar ik begon gewoon iedere keer met ‘Freek zou…’. En de naam van een BNer noemen helpt echt hoor! Door Freek liep Owen dapper de zee in, leeft de kreeft nu nog voort in de zeeën van Kroatië en haalde hij met liefde voor de vissen de vishaak uit hun snaveltje (brrr). Owen sneller laten eten met de ‘Freek zou…’ regel werkte niet, dat was jammer.

Dankbaar ben ik voor de dvd’s. Díe zijn pas hándig! Owen heeft ‘Freek in het wild’ ongeveer 8x gekeken onderweg. Alleen die ene dvd, want dat is zijn favoriet. Terug lag achterin ook zijn Freekstok (versie 3), want hij had een stok nodig om door woeste stromen te banjeren. Er is deze vakantie 1 stok afgekeurd door mij (die was 1 meter 20 langer dan Owen zelf en paste niet in ons huisje) en 1 stok gesneuveld (riet was niet bestand tegen 20 kilo Owen). Gisteren is stok 3 helaas ook gesloopt. Ik koop wel een keer een bezemsteel voor hem.

In december gaan we Freek live bekijken in HMH, verrassing voor Owen zijn verjaardag dus niet doorvertellen! Ik wil toch ook wel eens zien of mr 1.0 in het echt nou ook zo bijzonder gáááf is. Ik doe mijn slangenleren legging aan, dan hebben we sowieso een match!

Laterrrr!

♡Jells

Blijven lachen om MyJells? Like http://www.facebook.com/myjells gewoon even!

Liefdesdiscriminatie

Ik was licht gepikeerd toen ik een reclame hoorde over ‘dating voor hoger opgeleiden’. Of eigenlijk wond ik me best wel op. Zeker toen ik, na het radiobericht, op tv nog een ándere slimme-mensen-database voorbij zag komen. Want wat de hek, waarom moet je daten voor hoger opgeleiden hebben? Daten voor anders geaarden en 70+ers kan ik inkomen, maar hoger opgeleiden? Pf! Hoewel ik gelukkig en voorzien ben, voelde ik me beledigd. Want waarom zou ik niet kunnen matchen met iemand die een lagere of hogere opleiding heeft dan ik? Maar érgens snap ik het. Een klein beetje.
image
Ik heb namelijk ook eens vier blauwe maandagen een datingsite geprobeerd. Uiteraard zat mijn profiel gelikt in elkaar: prima foto en een tofachtige manier van mezelf presenteren. Hier en daar een beetje gek: je kent me wel. Maar niemand had me gewaarschuwd voor de 20 berichten per dag. Wat Was Dat Druk!!! Ik kreeg er stress van.

De ene reactie was nog simpeler dan de andere. Sommigen konden niet typen, herstel: de méésten konden niet typen. Heel erg, maar daar knap ik direct op af. En slechte openingszinnen zijn zwart op wit nog erger dan real life! Zo typte Leon: ‘Hallp, wil je ook zo es naar mijn lacheb, ahah?’ Punt. Dat was het dan. Wat denk je zelluf?! Zo mijn best gedaan op een intelligent profiel en dan dit? DELETE! DELETE! DELETE! Maar nee, met mijn goeie hart heb ik werkelijk álle aanbidders keurig netjes afgeschreven, welliswaar copy paste hetzelfde keurig nette antwoord, maar toch.

Eentje sprong er uit! Schreef perfect Nederlands en was ook nog origineel enzo. Toen was ik om, wat een blijdschap! Dus dat werd appen. Op dag 2 ging hij bellen, vertelde hij zijn echte naam en daar kwam de vrachtwagen: denderdedender, zo over me heen. Hij stopte niet meer met bellen, en toen ik niet meer oppakte van benauwdheid, ging hij nóg meer bellen. En hoewel we elkaar nog maar een paar dagen ‘kenden’, was hij toch wel heel zeker van het feit dat we gingen samenwonen, en hadden de Chinese wijsgeren in zijn dikke astrologische boek een mooie toekomst voor ons uitgestippeld. Inmiddels kreeg ik er díkke stress van en reageerde niet meer.

Het gekke was echter, dat hij geen foto wilde sturen. En toen hij die eindelijk stuurde op dag vijf van wat een eeuwigheid leek… nah ja, ook iets met een vrachtwagen. Toen ik van hem af wilde, bleek dat lastig. Ik bracht het heel voorzichtig, want hoe dan ook haat ik het om mensen te kwetsen. Maar ik bereikte toch dat hij huilend zijn psycholoog had opgebeld vanwege de vijf geweldige dagen met mij in zijn denderende vrachtwagen. Die ineens stuk was. Ik had serieus medelijden, dat meen ik echt. En stress op het niveau paniek, want hij bleef nog steeds contact zoeken. Blokkeren bleek de enige oplossing.

Uiteindelijk heb ik een andere leuke jongeman (die zijn naam goed kon schrijven) proberen te verslaan met een marathon bowlen. Een uitputtingsslag, want met z’n 2en bowlen betekent ongeveer 80x gooien. Ik heb nog nooit zoveel punten gescoord. Er heeft ook nog nooit een man zo vaak naar mijn kont kunnen kijken tijdens de eerste date…

Ik ben geen opgever, maar met een week had ik het internetdaten bekeken en heb ik de site gelaten voor wat het was. Dan had ik het nog lang uitgehouden. Ik snap nu, na de Leons en vrachtwagens van deze tijd, een klein beetje waarom je kunt daten voor hoger opgeleiden. Een directe schifting van kaf en koren. Echter… daar vallen mensen zoals ik wel tussen wal en schip. Ik ben níét hoger opgeleid, mag me níét inschrijven voor het bolleboos-zoekt-bolleboos-clubje, maar ik ben ook weer niet te simpel om te schijten. Waar moet ik me, hypothetisch gezien, dan inschrijven?

Wat ik wel weer heel komisch vond, is dat de commercial die ik vijf keer op een avond voorbij zag komen op tv, half ingeslikt werd om ruimte te maken voor de volgende commercial: ‘………, dating voor mensen met ni(slik).’ Mensen met wat? Nierstenen? Niesbuien? Ik kon het niet laten om hen even te melden dat dit niet van een hoog niveau getuigde. Ze hebben niet gereageerd. Ze hadden blijkbaar ook geen gevoel voor hu(slik)….

♡Jells

Thai Thai en een zachte g

Op de kop af 12 uur zat er gisteren tussen: Het moment dat we in Dordt in de trein stapten en er weer uit. Mijn voeten doen een beetje zeer. Dat is gek, we hebben toch eigenlijk niet zoveel gedaan. Want hoewel ik grootse plannen had, bestaat de buit uit een zonnebril en een roze hemdje uit de ene kledingwinkel waar we tijd voor hadden.

Het goede nieuws is dus dat ik helemaal niets kwijt ben geraakt, er viel ook niets kwijt te raken. Oh ja tóch! Onze Thaise mevrouw!

Mevrouw Thai gilde in de trein vanaf 3 stoelen schuin voor ons iets wat klonk als ‘Dolfijn!’ Nu vonden wij het natuurlijk ook dol fijn in de trein, maar wij hadden geen idee wat ze bedoelde en de jongen naast me ook niet. En daar kwam ze, achter haar borduurwerk vandaan, met een kaartje. Ze moest naar Eindhoven. En ja, als je ‘Edhofijn’ zegt, met de klemtoon op fijn, dan is dolfijn echt heel logisch.

We moesten door werkzaamheden aan het spoor eventjes met een bus + bijdehandte buschauffeur. Dat was natuurlijk ingewikkeld voor haar. En dus hadden wij ineens een Thai op sleeptouw, want wij kwamen ook langs Eindhoven.

Mevrouw Thai liep alleen steeds weg. De meestgezegde woorden waren deze dag dan ook: ‘Waar is ze nou?’ Mevrouw Thai begreep maar niet dat wij haar redders in nood waren: wij moesten haar constant in de gaten houden in plaats van andersom. Ga je de bus in, stapt zij bij de andere deur in. Weg mevrouw Thai! In de trein rent ze ineens een andere coupé in. Weg mevrouw Thai. Wij vonden haar vrij simpel overkomen, maar misschien probeerde ze slimmer te zijn dan wij en wilde ze ons kwijt. Dat is mislukt, wij hebben onze missie volbracht. Feit: zonder ons had ze nooit niet in Edhofijn aangekomen.

In Maastricht aangekomen na 3 1/2 uur reizen was het natuurlijk feest! Heeeel de stad zien, en dat ook weer in 3 1/2 uur, want dan ging de trein weer terug. Als je aan ons vraagt: hoe was Maastricht, kunnen wij volmondig zeggen: lekker! Want verder dan een tosti, schepijsje (té lekker!), thee met heuse Limburgse kersenvlaai (terwijl ik mijn voeten koelde aan het tafeltje) en 2 winkels zijn we niet gekomen… Vooral het ijs was het totaal van 7 uur reizen waard, dat verkopen ze werkelijk niet zo lekker in het Zuid Hollandse. De conducteur van de trein tussen Breda en Dordt beaamde dat nog.
image
Ik denk dat het tussenstukje met de bus toch de ‘jeu’ in het hele reisje bracht. Want wie stonden daar in Tilburg bij de bushalte?! Aldo, zijn 2 Italiaanse vrienden en zijn stofzuiger. Een supergrappige Brabo NS-wegwijzer, die al kaal was bovenop maar achter een tof grijs varkenskrulstaartje had, probeerde eerst voor de gein de stofzuiger te jatten. Aldo sprong er bovenop alsof de stofzuiger 2 miljoen had gekost, waar Staartje en ik samen moesten lachen.

Daarna had één van de Italiaanse vrienden bij de bushalte een zen moment van zeker 5 minuten. Dit zag er zo vreemd uit dat ik toch stiekem even wat plaatjes heb geschoten.
image
Toen kwam het moment dat we met 70 mensen gingen vechten om 50 busplaatsen. Wij stonden toevallig dichtbij de voordeur en ook Aldo zijn vrienden zaten al snel. Echter Aldo stond daar met zijn grote stofzuigerdoos. Hij parkeerde zijn stofzuiger onderin de bus, maar toen mocht Aldo zelf ineens de bus niet meer in, 50 is 50. Gedoe! Wij zagen het al gebeuren: Aldo in Tilburg en de stofzuiger in Gilze. Gelukkig greep de friend van Aldo in en riep de buschauffeur naar buiten dat ‘de frend van de frend’ mee mocht. En zo werd Aldo niet gescheiden van zijn stofzuiger.

Halverwege de terugweg was er een tussenstop om tapas te eten in Breda. Een geluksmomentje, ondanks het feit dat we 5x ‘lang zal ze leven’ hebben moeten zingen, vergezeld van luide klepper- en trommelgeluiden op de tafel om niet op te vallen als toerist. Breda is gezellig, we hebben besloten er nog eens heen te gaan.

Maastricht associeer ik dus voortaan met lekker eten, en laten die Limburgers nou net bekend staan om het Bourgondische leven! Ze moeten alleen stoppen met praten, dan is het perfect! Het leven is zó simpel!

Hot hot hot!

Holie molie, wat is het warm! Normaal ben ik niet zo van de posts over landelijke omstandigheden. Iedereen kan zelf namelijk wel zien dat het gesneeuwd heeft, dat Sinterklaas er is, dat er vuurwerk afgestoken wordt met oud en nieuw en dat het BBQ-weer is.

Maar vandaag mag het. Het is namelijk belachelijk dat je dinsdag nog met je winterjas loopt en dan vrijdag je bh goed moet vasthouden omdat je er anders uitzweet. Ergens gaat er dan iets mis met mijn inwendige thermometer, hier valt niet tegenop te acclimatiseren!
image
Naast het feit dat er na iedere beweging overal water uit mijn lijf lijkt te stromen, vind ik het heel erg dat ik opzwel wanneer het warmer is dan 25 graden. Ik weet zeker dat ik 15 kilo zwaarder ben nu. Ik heb de aandacht van ongeveer 5 kilo weten af te leiden door een korte broek aan te trekken. Dat is bijzonder, want ik draag bijna nooit korte broeken. Omdat ik witte benen heb, die daardoor dus ook nooit bruin worden. It’s the circle of life…

Maarrrr vanmorgen bedacht ik dat ik ergens nog een proefmonster had: zonnebrandmelk met een tintje. I-de-aal! Helaas waren mijn benen wel ietsie groter dan de inhoud van de mini tube van 3ml. Dat heb ik opgelost door verder te smeren met foundation, want een half wit been leek me raar. En nu kan ik dus paraderen en zorgen mijn benen ervoor dat mensen niet zien dat ik vandaag 15 kilo meer weeg.

Het ontplofmomentje van de dag had ik in de auto, 131.465 graden zei de thermometer in de auto en ik geloofde het meteen! Een korte broek heeft zeer zeker ook nadelen. Ik zat direct ssshhhhjjj met mijn beenhuid vastgesmolten aan de leren bekleding. Dan is het dus hard knijpen met je kont om je bovenbenen vrij te houden van de stoel en ik denk dat de buren hebben gedacht dat er allerlei rare handelingen plaatsvonden op de voorstoel. Op mijn rechterhand heb ik de afbeelding van mijn (deels metalen) pook nu staan, die was zo heet dat ik met twee vingers moest schakelen.

Ik las op de familie-app ook de meest gekke dingen, of dat nou komt door de warmte?? Zo had mijn broertje een poeltje kokend zweet in zijn navel, gelukkig zag je dat niet op de foto die hij meestuurde. Hij wilde graag een huis met een stukje zee. Lijkt me het beste idee van Nederland. Gekker was echter dat mijn moeder zat te breien onder een parasol. Breien?! Wat dan? Een lekkere warme sjaal? Ik kreeg toen zelfs zweet door aan sjaals te dénken.

Maar als ik zo eens naar buiten kijk, is die sjaal echt zo gek nog niet, want de lucht zegt dat er regen en onweer aankomt. Ook al zoals altijd in Nederland. Ik krijg van die stilte voor de storm altijd een beetje de zenuwen. Maar ik zeg ook: laat maar komen, dan is het morgen weer een normale 20 graden en weeg ik 15 kilo minder! Zo gaat dat.

Op naar Maastricht. Daar waar vast en zeker weer één of ander avontuur op me ligt te wachten…

♡Jells